Helpen en Handhaven

Als bewoner van een flat in de Bijlmer (Hofgeest Oost) mijmer je wel eens wat over onderwerpen als; hoe los je het grofvuil probleem op, de ratten, en de veelheid aan meeuwen en duiven? Hoe raak je de telkens weer opduikende wietplantages in je flat kwijt (ik heb weinig tegen wiet maar dergelijke plantages binnenshuis zijn gewoon gevaarlijk)? Hoe houd je de buurt fris en gezellig en hoe bevorder je de sociale cohesie in de flat?

Nu zie ik ouders met kinderen in de lift en studenten en vraag me dan af of die ouders niet soms oppas nodig hebben en of die studenten niet wat bij willen verdienen.

Ik heb inmiddels het nodige gedaan om de buurt veiliger en schoner te krijgen en ambtelijk zijn er ook, heel welwillend, vele uren gestoken in het meedenken over oplossingen. Kapitalen moet dat gekost hebben. Geld dat we beter, zonder omwegen, in de oplossing hadden kunnen steken.

Na twee jaar overleggen, mailen en weer overleggen is het hier, voor mijn flat, viezer dan ooit en is er letterlijk niets gebeurd.

In mijn mijmeringen denk ik terug aan Jacques, de concierge van de Klieverink, toen mijn flat, ongeveer 30 jaar geleden. Hij kende iedereen, kwam achter elke voordeur en iedereen mocht hem. Hij repareerde keukenkastjes en deurbellen en had een luisterend oor voor de bewoners. Hij kende zijn pappenheimers en deelde indien nodig zachte tikken op de vingers uit. Hij lichtte instanties in als dat nodig was en werkte samen met andere actieve buurtbewoners. Helpen en handhaven.

In de winter werd bij de Klieverink het pleintje nat gespoten zodat we er konden schaatsen. Er was een inpandig cafeetje en een kinderclub op woensdag. Je (grof-)vuil kon je toen nog kwijt in daarvoor bestemde ruimtes in de binnenstraat. Dit was niet ideaal: er brak soms brand uit, daar was de sprinklerinstallatie goed voor, en zwervers bleven er een enkele keer slapen, daar hadden we niet echt last van. Best een redelijke situatie dus, voor het grofvuil en de vuilniszakken.

De Nederlandse politiek kenmerkt zich door een onstuitbare vernieuwingsdrang. Elke nieuwe portefeuille houder van wat dan ook wil ergens zijn naamplaatje aan hangen en komt met frisse nieuwe ideeën, in plaats van de bestaande structuur steeds verder te verbeteren aan de hand van de ervaringen. Zo zijn we de Melkertbanen uiteindelijk kwijt geraakt en het minderhedenbeleid. Die gesubsidieerde banen waren prima. De uitvoeringsfouten hadden verbeterd moeten worden. Het minderhedenbeleid is nooit goed tegen het licht gehouden maar domweg vervangen door het diversiteitsbeleid. Alles op een grote hoop. Of we er iets mee zijn opgeschoten? Ik betwijfel het.

Zo ook met de concierge en de grofvuil ruimtes. Die verdwenen. We kregen buurt regisseurs en het grofvuil mag voortaan op de stoep vóór de flat worden klaar gezet. Eén keer in de week. Niemand die dat doet natuurlijk.

Het is hier altijd een onbeschrijfelijke troep. Het bellenbord is altijd kapot en de toegangsdeuren worden met regelmaat ingetrapt.  Er wordt geplast in de portieken en overal staan fietsen waar dat niet mag (ja, ook van mij, in dit geval). De politie zien we alleen als er weer een actie richting wietplantages of illegalen wordt uitgevoerd. Milieupolitie zien we hier nooit.

Kortom, de H van helpen is verdwenen en de H van handhaven ook. Terwijl die twee zo mooi hand in hand kunnen gaan.

Waar de troep vandaan komt? Ik weet het niet. Ik kom niet achter voordeuren. Ik ontmoet in de lift alleen maar aardige mensen die de deur voor me open houden en vriendelijk vragen hoe het met me gaat. Aardige en beleefde kinderen die nog u zeggen.

We zouden met gemak een bruisende, leuke en leefbare flat kunnen hebben waar burenhulp nog gewoon zou zijn en waar de kinderen buiten kunnen spelen met elkaar en niet ergens anders heen hoeven. Hoe mooi de speelplaats in ons prachtige park ook is, kinderen beneden de pakweg 8 jaar laat je daar nog niet alleen heen gaan. Die wil je in het oog houden. Wat speel- en zit mogelijkheden achter de flat zou geweldig zijn. Maar ja, er staat al een wipkip bij een andere flat dus dan houdt het op voor de onze natuurlijk.

Kortom: verfje, bankje, speelveldje, wat fietsnietjes met een golfplaat erboven als het kan en een conciërge die samenwerkt met allerlei andere leuke initiatieven in de buurt. Die samenbrengt en verbind. Die helpt maar ook corrigeert. Vriendelijk wijst op de aanbiedingstijden van het grofvuil en misschien even contact legt met een buurman of -vrouw die wel wil helpen sjouwen als het zo ver is dat het aangeboden kan worden. Een conciërge die desnoods zelf helpt met een steekkarretje, dat een goede conciërge natuurlijk bezit. We zijn per slot van rekening vaak afhankelijk van hulp en die hulp wil niet altijd op het juiste tijdstip komen.

Als we dan het buurhuis ook weer in gebruik mogen nemen dat hier zo mooi staat verloederen voor mijn deur (staat leeg maar kost geheid wel geld) dan kunnen we af en toe ook nog eens iets leuks organiseren. Een workshop opvoeden bijvoorbeeld, mijn specialiteit, maar er zijn meer mensen met speciale kennis in de flat. Zet er een beheerder in en een schoonmaker. Geef de concierge er een ruimte en de VVE. Misschien wil er iemand fietsen repareren en misschien willen studenten er een stage lopen voor het één of ander. Een onderzoekje doen, ouderen bezoeken.

Het moet niet moeilijk zijn. Een samenhangend beleid voor een flat waar allerlei mensen wonen: sommigen hebben het moeilijk en sommigen zijn moeilijk, de meesten zijn gewoon aardig en goedwillend.

Jammer van al die ambtelijke uren, dat bureau uit het midden van het land dat er na een paar maanden al weer uit werd gegooid maar wel betaald moest worden natuurlijk. Jammer van het mooie en nog niet zo lang geleden gerenoveerde buurthuis waar nu niets gebeurt maar wel huur voor wordt betaald.

Met al dat geld hadden we zo veel kunnen doen.

Advertenties

De ervaringsdeskundige, een onbetaalde adviseur waar nauwelijks naar wordt geluisterd

Sommige vormen van vrijwilligerswerk lijken vaak meer te zijn bedoeld als een handige manier van omgaan met de oppositie die er is tegen allerlei vormen van beleid en uitvoering van beleid, dan op een serieus genomen bijdrage aan de samenleving. Ik heb het nu over een specifieke vorm van vrijwillige arbeid. De ervaringsdeskundige!

Wat is er mis

-De ervaringsdeskundige is een echte deskundige. Iemand die heel veel weet over een bepaald onderwerp, vaak niet alleen omdat hij of zij er persoonlijk ervaring mee heeft maar ook omdat hij of zij, soms noodzakelijkerwijs en soms uit betrokkenheid, een hele studie van de materie heeft gemaakt.

Desondanks wordt deze ervaringsdeskundige doorgaans niet betaald voor de input die hij of zij levert aan ambtenaren die weinig of geen verstand hebben van het onderwerp maar wel goed wordt betaald.

-De ervaringsdeskundige adviseert zich blauw, werkt zich in het zweet en leest en beoordeelt van alles en nog wat terwijl er uiteindelijk van die adviezen maar heel weinig in het beleid wordt opgenomen.

-Mocht er al iets in het beleid worden opgenomen dan hangt het naambordje van een politicus of ambtenaar aan het nieuwe plan. Van de ervaringsdeskundigen wordt nooit meer iets gehoord, lees; ‘Een ervaringsdeskundige, wat is dat?’

De ervaringsdeskundige wordt te pas en te onpas van stal gehaald. Om het bestaande beleid te legitimeren of om oppositiegroepen die om veranderingen vragen, monddood te maken. Althans, de praktijk laat maar al te vaak zien dat dit uiteindelijk het resultaat is en dat, ondanks een aanzienlijk aantal vergaderingen en overleggen, wijkschouwen en stapels gelezen en besproken rapporten e.d. er uiteindelijk maar weinig veranderd.

De oppositie, bestaande uit ervaringsdeskundigen en belanghebbenden, heeft het zo druk gehad met adviseren en zo lang gedacht dat er nu echt iets zou veranderen dat, tegen de tijd dat blijkt dat er eigenlijk maar heel weinig veranderd is, de spirit er uit is.

De actiegroep werd adviesorgaan en viel daarna uit elkaar.

Het komt regelmatig voor dat belangengroepen aan interne strijd ten onder gaan, althans zo lijkt het. In werkelijkheid is het gebrek aan resultaat de oorzaak van de interne irritaties. Iets of iemand moet het gedaan hebben (verkeerde brief, verkeerde strategie, voor de beurt gesproken enz. enz.). De ambtenaar en het beleid blijken vaak abstracte begrippen waar je nauwelijks een vinger achter kunt krijgen. Er is altijd een andere afdeling die er nog naar moet kijken, een ambtenaar die nu net even op vakantie is, een meerdere die de plannen terugstuurt omdat er nog van alles aan moet gebeuren, met als allerlaatste ‘mijnheer, mevrouw, er is gewoon geen geld voor! Het kan niet! U vraagt te veel!’

Vergeten het feit dat het advies pas werd ingeroepen toen de belangengroepen aan de bel trokken omdat  er iets werd aangelegd, veranderd of ontwikkeld waarbij niet met alle gebruikers rekening werd gehouden.

Een goed voorbeeld  hiervan zijn de ov chippoortjes die direct goed en voor iedereen ontworpen hadden kunnen worden. Chipje plus speakertje in het brede poortje en ook mensen die om een of andere reden niet kunnen lezen, doordat ze slechtziend of blind zijn of analfabeet of niet-Nederlandstalig, kunnen het systeem gebruiken. Het ontbreken van een spraaksysteem heeft inmiddels kapitalen gekost aan lapmiddelen en  overleggen van ambtenaren met ervaringsdeskundigen die overigens tot en met de laatste vergadering de grootste moeite hadden om naar die overleggen toe te komen natuurlijk, want veranderd is er niets. Nou ja, bijna niets, het ingaande signaal van de ov chip paal is nu één piepje en het uitgaande twee.

Overheidswebsites zijn nog steeds lang niet allemaal toegankelijk, dwz dat ook mensen met beperkingen de inhoud op een gemakkelijke manier kunnen lezen danwel horen, met als gevolg dat, daar waar je vaak al op achterstand staat, je ook nog eens heel moeilijk aan de informatie kunt komen die je nodig hebt in deze gedigitaliseerde en visueel ingestelde samenleving.

Steeds minder openbaar vervoer, minder haltes en minder buslijnen. Als je niet in staat bent om een auto of fiets te pakken weegt dat des te zwaarder. Welk helder politiek licht zei ooit dat als mensen het ov niet meer konden betalen ze gewoon een halte verder zouden kunnen lopen? Dat gaat over de lage inkomens, maar er zijn meer mensen die afhankelijk zijn van het ov en die zijn niet allemaal in de gelegenheid om effe een stukje verder te lopen.

Hoe zit het in elkaar 

De normfiguur voor de ontwikkeling en uitvoering van beleid is, een tikje kort door de bocht geformuleerd, de ‘witte, fitte, slimme man’.

Mensen met een beperking, ouderen of chronisch zieken vormen, evenals mensen met een migranten achtergrond een potentiële risicogroep voor dit beleid. Als deze mensen hun stem laten horen blijkt ineens dat er heel veel schort aan een leefomgeving, regelgeving enz. die nu eenmaal niet is ontworpen met als doel iedereen erbij te betrekken. Het ‘ontwerp’ is wit, fit, slim en mannelijk, met enige aan passingen voor bekende groepen gebruikers. Na de lancering van het geheel wordt er op zijn best hier en daar  nog wat aan gesleuteld zodat het systeem met wat gedoe dan toch nog bruikbaar wordt voor een deel van de groepen die men was vergeten in de ontwerpfase.

Bewonersparticipatie is ook zo iets. Je kunt een ambtenaar niet blijer maken dan wanneer hij of zij kan beschikken over bewoners van een flat, straat of buurt. Al is het anderhalve man en een paardenkop. Totaal geen afspiegeling van de wijk maar ala ze wonen er dus zijn het bewoners.

Die bewoners worden, net als andere ervaringsdeskundigen, geacht van alles te bedenken voor de ambtenaar zodat hij of zij zijn werk kan doen.

Last but not least gebeurt er vervolgens erg weinig met deze gratis adviezen voor het beleid. Het is dus vrijwilligerswerk dat op twee manieren uiteindelijk niets oplevert. Je verdient er niets mee, alhoewel je er tijd en kennis en kunde in stopt, en het levert vaak maar heel weinig resultaten op, dus ook op die manier hou je er voor jouw buurt of jouw doelgroep weinig aan over.

Het is een soort rituele dans. De ambtenaren kunnen aantonen dat ze met betrokken burgers hebben gesproken en vervolgens op grond van de bestaande en nauwelijks te veranderen regels, wetten en omstandigheden aantonen dat de adviezen voor het grootste deel helaas niet kunnen worden gevolgd. Wat gerommel in de marge en dat was het weer.

Op de lange duur veranderen er wel dingen. Globaal is dit echter het beeld. Inclusief denken is nog lang niet iedereen gegeven. Om hier iets aan te veranderen zou het dienstig zijn als belangengroepen zich vooral met actie bezig zouden houden met als eerste eis dat hooggeschoold volwaardig en maatschappelijk zeer relevant werk om te beginnen betaald gaat worden. Adviezen worden niet meer gratis gegeven!

Ervaringsdeskundigen zijn deskundigen die niet alleen de samenleving rechtvaardiger kunnen maken en iedereen erbij kunnen trekken maar ze kunnen de maatschappij ook veel geld besparen. Ze zijn hun salaris dus dubbel en dwars waard. Voor een overheid die participatie zo hoog in het vaandel heeft en er in het eigen personeelsbeleid zo weinig van terecht brengt misschien een goed tip. Neem mensen in dienst die echt weten waar ze het over hebben!

De hippies en het Paradijs

Geen speciale religie aanhangen of in een ‘te kennen’ God geloven betekend nog niet dat je atheist bent. Ik ben geen geen christen geen moslima en zelfs geen boedhist. Ik ben ook geen alles ontkennende atheist. Ik ben niks, een hippie. Naast basale levensvoorwaarden als voedsel, onderdak, medische zorg en onderwijs  is ‘vrijheid’ voor mij de belangrijkste levensvoorwaarde. Niet voor niets draait mijn opvoed methode (www.ikbennietopgevoed.nl)  om een centrale norm; Een kind mag zichzelf en anderen niet benadelen.

Na het achttiende jaar vervalt het eerste deel want zelfbeschikkingsrecht is het primaat van de volwassenheid en kan en mag ook inhouden dat een mens zichzelf benadeeld. Blijft over ‘je mag een ander niet benadelen’. Alle andere normen zijn hiervan afgeleid en flexibel, afhankelijk van de omstandigheden. Lawaai maken in een hutje op de hei zal niet zo snel iemand benadelen maar in een flat wel. Het gegeven ‘lawaai maken’ is op zichzelf niet goed of slecht. De omstandigheden maken het al of niet verkeerd.

Natuurlijk levert een dergelijk centrale norm veel ruimte voor discussie. Dat is niet erg, zoals gezegd kunnen veranderende omstandigheden voor veranderende beoordeling zorgen. Vrijheid voor iedereen wordt gewaarborgd door het consequent en eerlijk toepassen van genoemde centrale norm. Alles mag zo lang je maar niemand benadeeld.

Het is eigen aan religie dat er een heel stelsel bestaat van normen en waarden en voorschriften waarvan de bedoeling niet altijd duidelijk is. Als een persoon zich aan deze voorschriften wil onderwerpen is dat natuurlijk zijn of haar goed recht. Voor iemand die het liefst zo vrij en onbelemmerd mogelijk leeft ligt er wel veel verbazing in deze beperkingen die in dit ene leventje toch ten koste van een hoop ‘leefplezier’ moet gaan.

Ik ben dus geen atheist. Ik ben ook niet gelovig. Ik constateer dat we het gewoon niet weten. Ik denk wel dat er iets veel groters is dan dat wij kunnen overzien. Probeer maar eens om iets oneindigs te maken! We kunnen ons oneindigheid niet eens voor stellen en toch leven we in een oneindige omgeving. Geen leegte waar het heelal in expandeert want ook leegte is ruimte en dus iets. Het houden van geliefden, familie, ouders, kinderen lijkt van een onsterfelijke grootheid en die liefde is dat ook, alleen, aan de relatie komt te allen tijde een einde. Voor mij het meest onvoorstelbare van alle vraagstukken die het leven met zich mee brengt. Hoe kan een dergelijke intense verbondenheid ooit stoppen. Misschien stopt het ook wel niet, wie weet.

Ik vind de zoektocht naar de feiten, naar de waarheid, interessant en heb uitgebreid studie gemaakt van de drie monotheïstische Godsdiensten. ‘Geloof’ is een aanname. Het heet niet voor niets ‘geloof’. Je geloofd iets zonder dat daar bewijzen voor voorhanden zijn. Daar wordt dan vervolgens door velen mee omgegaan alsof het gaat om “de waarheid, de weg en het leven”. Daar ligt mijn grens want er zijn naast de Bijbel, Thora of Koran nog zoveel meer wijze religieuze boeken en miljoenen geloven iets heel anders en hebben evenveel recht op de kans op het ‘grote gelijk’. Voor mij is kiezen voor een religie een keuze tegen alle andere religies en dat is nu juist wat ik niet wil doen. We kunnen niets bewijzen, niemand, en het enige antwoord dat je kunt geven en doorgaans ook krijgt is dat mensen een sterk gevoel van contact met de Godheid uit hun eigen religie ervaren.

De Heilige Geest heeft mij nooit aangeraakt maar ik geloof het graag. Alleen het komt in al die religies met evenveel overtuiging voor en ik ken mensen uit verschillende religies die dit zo ervaren en acht al deze mensen betrouwbaar.

Strikt genomen is de keuze voor een religie een tamelijk toevallige want afhankelijk van waarin je bent opgevoed of waar je mee in contact bent gekomen in je omgeving en binnen je eigen cultuur. Het zou toch wel heel erg zijn, en niet erg rechtvaardig, als het betreden van een of andere vorm van hemel afhankelijk is van de plek waar je geboren bent en het geloof dat je toevallig voorgeschoteld hebt gekregen. In het Westen vooral de monotheïstische godsdiensten maar er zijn er nog zoveel meer. Religies die door miljoenen worden aangehangen en waar we hier in het Westen nauwelijks weet van hebben. Zou die ene God al deze mensen nu werkelijk al meteen bij geboorte op achterstand hebben gezet?

Niet dat de wetenschap per definitie de logische tegenhanger is van ‘geloven’. Als we de historie overzien en de paradigma’s uit vroeger tijden bekijken, de wetenschap en wetenschappelijke opvattingen waar men toen heilig in geloofde, en als men bedenkt dat over een paar eeuwen weer met dezelfde verbazing naar deze tijd zal worden gekeken, dan kun je niet anders dan tot de conclusie komen dat het enige echte feit het feit is dat feiten bestaan tot het tegendeel is bewezen. En dat gebeurt nogal eens. Ik leef inmiddels lang genoeg om al heel wat feiten, uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek, weer volledig onderuit te hebben zien gaan. Overruled door weer nieuwe uitkomsten van nog beter en nauwkeuriger wetenschappelijk onderzoek. Bestaan feiten niet? Ik denk het wel, maar ook hier geld dat een gezonde mate van scepsis en van bescheidenheid terecht is.

Ik ben inmiddels tot de conclusie gekomen dat geloven geloven moet blijven en geen ‘zeker weten’ moet worden en dat het misschien wel beter is of misschien zelfs de bedoeling, als er al een bedoeling is met dit leven, dat we onze mogelijkheden en talenten gebruiken om zelf een wereld te scheppen waar, zoals in de bijbel voorspeld ‘het lam ligt naast de leeuw’. In het Paradijs van de monotheïstische godsdiensten bestond de dood niet. Wat inhoud dat Adam en Eva veganisten waren of tenminste mensen die geen dieren ombrachten. Mensen en dieren kregen geen nakomelingen waardoor eieren en melk geen voor de hand liggende voedingsmiddelen waren. Dieren werden niet gedood om hun vacht en tot aan de zondeval liepen Adam en Eva naakt. Mannen konden hun lusten kennelijk nog beheersen in die tijd. Veganisme is een legitieme en haalbare mogelijkheid en zal het paradijs voor zowel mensen als dieren in elk geval dichter bij brengen. Elkaar vrij laten tot aan de grens van het benadelen van een ander is een, helaas niet helemaal gelukt, hippie ideaal maar theoretisch haalbaar en in elk geval goed genoeg om naar te streven.

Over Zwarte Piet, blauwe plekken en een veel-kleurig volksfeest

De discussie over racisme en discriminatie, momenteel met name vormgegeven in het ‘Zwarte Pieten debat’, is enorm verhard. Dat het diep zat/zit, dat wist ik wel. Huilende onderwijzeressen die niet konden en wilden accepteren dat ‘hun’ kinderen dit mooie feest zou worden afgepakt. Ik heb het over 30 jaar geleden. Iedereen ging volledig voorbij aan twee belangrijke feiten:

1. De meeste kinderen van deze juffen kwamen uit culturen waar het Sinterklaasfeest helemaal niet werd/wordt gevierd. Andere feesten te over maar niet dit pakjesfeest.

2. Niemand wilde het feest afschaffen, er waren alleen wat cosmetische veranderingen nodig om het racistische element er uit te halen.

‘Blauwe Pieten’ was toen, in de schoolvergadering waar ik aan deel nam, het voorstel. De zwarte leerkrachten wisten het al, ze zeiden niets en fronsten hoogop af en toe hun wenkbrauwen. Ik werd naar voren geschoven als een ouder die het allemaal wel even uit zou leggen. Daar tuinde ik in al mijn naïviteit nog in ook. Woede was mijn deel en pas jaren later kwamen, voor een korte tijd trouwens, de blauwe pieten er.

Als voorstander van aanpassing kreeg je ook toen al zoveel negatieve emotie over je heen dat het op den duur ging aanvoelen als blauwe plekken op je ziel. Het debat ga je onder die omstandigheden niet meer zo gemakkelijk aan. In de loop van de tijd kwamen er nog wat actiegroepjes langs zoals ‘Zwarte Piet, zwart verdriet’. Die ondersteunde ik dan, maar dat was het. Thuis vierden we het Grote Vriendschapsfeest compleet met alle elementen van het Sinterklaasfeest maar zonder Sint en Piet. Vriendschapsmannetje en vrouwtjes bleken ook hele goede gedichten te kunnen schrijven.

Zwarte Piet was een volstrekt onbespreekbaar onderwerp. Dit met name omdat  witte Nederlanders woedend werden bij de gedachte dat zij zo genoten van een feest met een op racisme gebaseerd personage als belangrijk onderdeel. Velen van hen waren zelf wel eens Zwarte Piet geweest en hadden hier, zonder enige bijbedoeling van genoten. Al die blije kindergezichtjes, dat is natuurlijk ook enorm leuk. Een hele fijne herinnering die nu ineens werd besmeurd. Men voelde zich heftig aangevallen en dit werd ervaren als volkomen onterecht. Omdat men het zelf nooit als racisme had ervaren of als racisme had bedoeld was elke onderbouwing, hoe doortimmerd ook, waarin werd aangetoond dat het dit uiteindelijk wel was, direct en feitelijk onjuist. De meest oneigenlijke argumenten werden van stal gehaald om dit te onderbouwen. In het debat leek het daardoor of het Nederlandse  gemiddelde IQ  op slag een punt of 20 daalde.

Dit debat werd, voor de geschokte witte Nederlander, dus ook een blauwe plek stel ik me zo voor.

Zwarte mensen lopen natuurlijk wel meer blauwe plekken op. Je kunt je huidskleur, in tegenstelling tot de verf van Zwarte Piet nu eenmaal niet af wassen. Racisme is een groot onrecht en bijt in je ziel. Laat meer dan blauwe plekken achter, het verwond en de wonden krijgen weinig kans om te helen.

Op pijn die ons door een ander wordt aangedaan reageren we doorgaans, na de eerste schrik, met woede.

Dat is de woede die we nu zien. Daar wordt dan in een moeite door nog van alles bij gesleept. Letterlijk ‘oud zeer’ vaak. Door de heftige debatten en kwetsende verwijten over en weer wordt een kanaal open gemaakt waar allerlei opgespaarde negatieve ervaringen en gedachten een uitweg kunnen vinden. Niet alleen het behoud van Zwarte Piet wordt bevochten maar het hele clubje ‘fanatiekelingen’ die het hier in Nederland kennelijk niet naar de zin heeft mag in een keer oprotten naar waar ze vandaan kwamen. Bananenland of wat dan ook. Elke negatieve ervaring met mensen met een andere culturele  achtergrond, elke irritatie die bewust of onbewust ooit is gekoppeld aan de afkomst van een persoon, komt nu op dezelfde hoop terecht. Politiek correct zijn is immers voor velen een aanzienlijke inspanning. De deksel op de stomende pot houden kost kracht. Pffff, het ventiel is open, het kan er uit! Het mag weer en het wordt gevoed door de reacties van anderen die weer andere irritaties hebben opgespaard.

Er wordt ook een kanaal geopend voor mensen die welbewust racistisch zijn, daar openlijk voor uitkomen en nu eindelijk een forum hebben gevonden waar ze bijval kunnen verwachten voor hun tot nu toe over het algemeen nogal ongeaccepteerde meningen.

Er wordt een kanaal geopend voor racisten die niet eens voldoende bewustzijn hebben om racistisch genoemd te mogen worden. Mensen die altijd overal tegen zijn en rondlopen met een enorme woede, door geleden pijn, vast en zeker, en die zich overal in debatten mengen waar ze hun agressie kwijt kunnen. Criminele geesten die elke tegenstander die ze gecreëerd hebben (door overal tegen te zijn) plat willen neuken of een kogel door de kop schieten. God sta de kinderen en andere familie leden van dit soort mensen bij!

In de onderbuik van de samenleving spelen zich zaken af waar we ons dood van zouden schrikken als we het eens een tijdje zouden kunnen zien of horen.

Om racist te zijn moet je bewust kiezen voor een filosofie die de gedachte aan het bestaan van rassen en dus ook inferieure rassen omarmt. Om anti-racist te zijn moet je een bewustwordingsproces door. Een grote schoonmaak in je geest. In alle hoeken en gaten schuilen aannames en beelden die voort zijn gekomen uit opgroeien binnen een witte en tamelijk etnocentristische samenleving (overigens is dat laatste een euvel waar de meeste samenlevingen aan lijden).

Een bewustwordingsproces gaat soms langs de weg van de geleidelijkheid en soms met harde schokken en stoten. Sjors en Sjimmie verdwenen met stille trom. Het heeft de grote kranten niet eens gehaald. Logisch want niemand voelde zich betrapt, niemand was ‘schuldig’. Je kon de strips gelezen hebben vanuit volledig besef van de racistische lading en natuurlijk hadden alle lezers dat op die manier gedaan.

Het fenomeen Zwarte Piet hebben we met zijn allen toegezongen, over voor gelezen, de schoen laten vullen of we hebben ons zelf verkleed in deze figuur. We kunnen er niet onderuit dat we hier de mist in zijn gegaan.

Wat is pijnlijker dan kritiek? terechte kritiek!

Het heeft Nederland verdeeld en het heeft eindelijk bloot gelegd hoe diep de pijn zit bij de slachtoffers van racisme en discriminatie. Hoe moeilijk het voor veel mensen is om afstand te doen van het diep verankerde beeld dat het je uitspreken tegen racisme voldoende is om ook geen racist te zijn.

We hebben de geschiedenis niet gemaakt maar de geschiedenis heeft wel ons gevormd tot wat we nu zijn. Het is een gezamenlijk erfenis waarbij het witte westerse deel van de mensheid nogal wat voordelen aan haar kant heeft weten te krijgen. Dat zal los gelaten moeten worden. Dat gaat soms gemakkelijk en soms doet het pijn. Daar krijgen we natuurlijk ook heel veel voor terug. In dit geval een, in meerdere opzichten, veel-kleurig volksfeest waar ook de mensen met een migranten achtergrond  door aangesproken worden en aan mee willen doen. Waarmee het dan weer een echt ‘volksfeest’ wordt. Nieuwe liedjes, nieuwe boekjes en verhaaltjes. Een complete ‘make over’. Kom op lieve mensen, daar was dit feest echt wel aan toe hoor!

Feiten, gevoelens en meningen

Legt de hele discussie rondom (Zwarte) Piet niet een enorm probleem bloot waar we als samenleving mee te maken hebben? Voor het ontwikkelen van zinvolle standpunten die gebaseerd zijn op feiten en uit gaan van rechtvaardig en democratisch denken is het nodig dat we onderscheid kunnen maken tussen feiten, gevoelens en meningen.
Jij slaat mij, dat is een feit, dat maakt mij verdrietig of boos, dat is een gevoel, slaan is niet goed, dat is een mening.

Wat mij opvalt is dat de pro Pieters nagenoeg geen feiten weten aan te dragen en niet komen tot een inhoudelijk debat op grond van feiten. Gevoelens en meningen worden los van enige inhoud met bakken tegelijk uitgestort over degenen die een verandering in het uiterlijk van Piet willen. Niet alleen dat, deze mensen worden ronduit bedreigt, uitgescholden, en gekleineerd. Racisme maar ook seksisme en doodgewoon crimineel gedrag in de vorm van dreigementen. Vaders die zeggen op te komen voor hun kinderen maar intussen de anti Zwarte Pieter dreigen te verkrachten of neer te slaan of dood te schieten. Zijn de kinderen van een dergelijk figuur wel veilig bij zo iemand? Wat leren de kinderen van dergelijke mensen? Dat schelden, pesten, bedreigen, geweld enz. allemaal toegestaan is. Tenslotte zitten die kinderen ook op Facebook.

We hebben een probleem, mensen die niet nuchter over zaken kunnen nadenken. Die hun emoties niet in de hand hebben en niet kunnen scheiden van feiten. Die niet in staat zijn om meningen te baseren op de werkelijkheid. Mensen die, als ze een debat dreigen te verliezen beginnen te schelden en dreigen.

Wordt het niet eens tijd dat op school het vak “debatteren” breed wordt ingevoerd!!!! ‘Denken’, hoe doe je dat. Hoe kom je tot de formulering van verdedigbare meningen.

Deze mensen stemmen ook en bepalen mede het beleid in ons land. Ik krijg er af en toe de rillingen van.